Puberteit
Het woord puberteit stamt af van het Latijnse pubes
(schaamhaar) en pubertas: de tijd dat een jongere
zich ontwikkelt tot volwassene. Dit is de periode
tussen het 11e en het 18e jaar. De puber is geen
kind meer, maar ook nog niet volwassen. Je kunt in
deze periode vaak moeilijk de leeftijd van pubers
inschatten.
Dit heeft te maken met veranderingen op vele gebieden;
lichamelijk, verstandelijk, emotioneel en sociaal.
De veranderingen verlopen niet altijd even gelijkmatig.
Je dochter kan bijvoorbeeld lichamelijk al flink
ontwikkeld zijn, terwijl ze emotioneel eigenlijk
nog een kind is. Het omgekeerde kan ook. Al deze
veranderingen kunnen een kind onzeker maken.
Lichamelijke veranderingen
In de puberteit zie je een echte groeispurt. Binnen
enkele weken is een broek al weer te klein en een
truitje te smal. Pubers vallen over hun eigen benen
en kunnen nauwelijks stilzitten, behalve voor de
TV. Dat groeien kost veel energie. Daarom willen
ze veel uitslapen, veel eten en veel op de bank hangen.
Niet alleen groeien ze veel, ze krijgen ook meer
spieren en meer vet. Meisjes groeien het meest tussen
hun 11e en 13e jaar. Ze slaan vet op op hun heupen,
billen, bovenbenen, borst en bovenarmen. Ze krijgen
een echt vrouwenlijf. Ze worden geslachtsrijp; worden
ongesteld en kunnen kinderen krijgen. Ze zijn een
tijdje groter en zwaarder dan jongens van hun leeftijd.
Jongens doen wat langer over het groeien. Het snelst
groeien ze tussen hun 12e en hun 15e jaar. Daarna
gaat het wat rustiger door. Schouders worden breder
en ze krijgen een echt mannenlijf. Ze krijgen zaad
en meestal merken ze dat door een zaadlozing 's nachts.
Ze kunnen nu kinderen verwekken. Hormonen spelen
een belangrijke rol bij deze veranderingen. Voor
een puber is het niet altijd even gemakkelijk te
wennen aan zo'n nieuw lijf. Ook ongesteld worden
gaat bij de een met veel meer pijn en bloedverlies
gepaard dan bij de ander. Een puber krijgt ook seksuele
gevoelens die zeer hevig kunnen zijn. Als ouders
noem je het gekscherend wel eens kalverliefde, maar
pubers denkt daar heel anders over, voor hen is het
zeer serieus!
Veranderingen in denken
Kinderen vanaf 11 jaar ontwikkelen een andere manier
van denken.
Ze kunnen meer verbanden leggen en hoeven niet alles
meer te zien om het te begrijpen. Ze zijn in staat
tot meer inzicht en overzicht.
Ze gaan eigenschappen in anderen ontdekken en vinden
mensen inspirerend, hopeloos of kinderachtig.
Niets spreekt meer vanzelf. Over alles moet gediscussieerd
worden.
Pubers bekijken alles vanuit zichzelf. Zij zijn het
middelpunt van de wereld. Een meisje dat ongesteld
is, heeft het idee dat de hele wereld haar maandverband
ziet, ook al kan dat niet door haar kleding. Een
jongen die een keer bloost, denkt dat iedereen dat
na weken nog weet. Ze snappen vaak ook niet waarom
ouders zich druk maken over vuile kleren die niet
in de was gedaan zijn. Afspraken of huiselijke taakjes
als afwassen of de vuilniszak buiten zetten vergeten
ze. Ze hebben veel belangrijker zaken aan hun hoofd;
zichzelf en hun relatie tot hun omgeving.
Wie ben ik?
Pubers ontdekken ineens dat de wereld groter is
dan het eigen gezin en klas. Allerlei nieuwe vragen
komen op hen af: wie ben ik, wat kan ik, wat wil
ik, wat vind ik. Wat vinden mensen om me heen van
mij. Van wie hou ik: van jongens of van meisjes.
Daar kan een puber heel onzeker van worden. Mensen
waar ze eerst tegen opkeken, zoals bvb. ouders of
leerkrachten, vinden ze nu vreselijk ouderwets of
oninteressant.
Pubers ontwikkelen zich door ervaringen die zij thuis,
op school, met vrienden en in de maatschappij opdoen.
Een puber gaat experimenteren, beleven wat er te
beleven valt en uitzoeken welke consequenties zijn
daden hebben. Langzaam maar zeker leren ze wat ze
prettig vinden; van welke muziek ze houden, welk
drankje ze lekker vinden, dat ze het liefst alleen
op hun kamer zitten, dat ze geen kantoorbaan willen,
dat ze zich Belg én Marokkaan voelen enz.
Ook leren zij over zichzelf door de manier waarop
anderen op ze reageren en/of oordelen.
Voor de ontwikkeling van een persoon zijn positieve
ervaringen belangrijk, maar ook tegenslagen horen
erbij. Door tegenslagen leer je je grenzen kennen
of leer je dat je dingen anders moet doen.
De vriendengroep
Pubers zoeken leeftijdgenoten op. Ze willen contacten
leggen, nieuwe dingen meemaken, spannende dingen
doen, de wereld verkennen, verliefd worden etc. Ouders
zijn in deze periode niet zo in trek. Pubers onder
elkaar begrijpen beter wat ze doormaken. Daarom zoeken
ze steun bij elkaar en willen ze ervaringen met elkaar
delen. Ze hoeven elkaar niet zoveel uit te leggen
en krijgen minder commentaar. Pubers willen graag
bij een groep horen waar ze zich thuisvoelen. Daar
hebben ze veel voor over; spijbelen op school en
zelfs straf van ouders.
Omgaan met leeftijdgenoten is belangrijk voor de
verdere ontwikkeling tot volwassene. Ze doen sociale
vaardigheden op; hoe vraag je een meisje, wat vertel
je wel en niet, hoe gedraag je je op een feest. Door
in een groep te zitten leren pubers veel over zichzelf
en anderen; van wie krijg je steun, wat kun je van
vrienden verwachten, wat verwachten ze van jou, wie
is te vertrouwen enz. Toch zoekt niet iedere puber
steun bij een vriendengroep. Sommigen zoeken liever
alleen hun weg.
Geen puber hetzelfde
Eigenlijk is geen puber hetzelfde. Uiterlijk is
voor iedere puber belangrijk, maar de een gebruikt
graag veel make-up, terwijl de ander meer van naturel
houdt. De een verdrinkt zich in de liefde, de ander
houdt het onder controle. Ook de houding ten opzichte
van school kan zeer verschillen; van spijbelen en
genieten tot leren en snel de school afmaken. Experimenteren
met drugs doen ook niet alle pubers; de een wil alles
uitproberen en niets is te dol, anderen houden zich
verre van alcohol en drugs.
Gezin
Met een puber in het gezin is het hele gezin een
beetje in de puberteit. Pubers willen zich sterk
onderscheiden van hun jongere broers en zussen. Ze
willen later naar bed, gezag afdwingen, aandacht
voor hun verhalen enz. Ze nemen meer afstand van
hun ouders, bijvoorbeeld ook wat betreft knuffelen
of een nachtzoen. Regels worden overtreden of in
hun voordeel uitgelegd. Ze willen meer privacy; de
deur van de badkamer en hun eigen kamer gaat op slot.
En zijn ouders een avondje weg, dan is de voorraad
chips en drank vaak danig geslonken want…ze
hadden honger en dorst.
Tot slot
Als u zich als ouder realiseert dat de puberteit
een periode is die niet alleen voor u, maar ook voor
uw kind lastig en moeilijk is, kunt u er zich misschien
wat minder druk om maken. Probeer uw kind ondanks
alles toch te steunen. Dit is belangrijk in het ontwikkelen
van de eigenwaarde en het zelfvertrouwen van uw kind.
Probeer te kijken naar de dingen die wel goed gaan
en geef ze daar af en toe ook een complimentje voor.
Maar geef ook heel duidelijk grenzen aan. Ook daar
hebben ze in deze tijd behoefte aan. Dan is het niet
alleen kommer en kwel.
Links
bron: Jellinek |