| 
Huisstofmijten zitten
het hele jaar door in onze woning. Ze horen immers
bij het ecologisch systeem van iedere woonruimte.
Hun aantal heeft niets te maken met de hygiëne
van de bewoners.
Het
zijn niet de mijten zelf die allergische reacties
uitlokken, maar hun uitwerpselen. De huisstofmijt
wordt slechts enkele maanden oud, maar tijdens die
periode produceert zij tot 200 maal haar eigen gewicht
in uitwerpselen.
De
huisstofmijt voedt zich hoofdzakelijk met huidschilfers
die ze vooral in de slaapkamer vindt, waar de mens
ongeveer 1 gram huidschilfers per dag verliest.
De
uitwerpselen zien eruit als kleine ronde keuteltjes.
Deze partikels zijn te groot om door te dringen tot
in de kleine takjes van de longen.
Maar
als de uitwerpselen uiteenvallen, zijn ze zo klein
dat ze kunnen doordringen tot in de longblaasjes waar
ze een astma-aanval kunnen uitlokken.
Hoewel
huisstofmijtallergie het hele jaar door voorkomst,
zien we toch dat er in de herfst, (het jaargetijde
dat meestal vochtig is) en op plaatsen waar mensen
veel binnenshuis leven, meer allergieproblemen zijn.
Ons
huis biedt hen bovendien optimale leefomstandigheden:
een temperatuur tussen 17 en 25° C en ongeveer
75% vochtigheid. Omdat ze plotse veranderingen van
temperatuur, vochtigheid en licht schuwen, verschuilen
ze zich in stoffen (bed, lakens, matras, ... ) zodat
er een bufferzone wordt gevormd tussen hun schuilplaats
en de buitenwereld.
Men
vindt ze terug in beddengoed, meubelstof, tapijten,
kussens, gordijnen, pluche speelgoed en in dierenmanden.
Men treft ze vooral aan in kamers met centrale verwarming
en dubbele beglazing en overal waar er te weinig luchtverversing
is.
Omdat
men in zo’n omgeving meer risico loopt om een
allergie te ontwikkelen of te onderhouden is het een
goed idee om zoveel mogelijk preventieve maatregelen
te nemen, om de vermenigvuldiging van mijten te beperken.

|