Patrick Sweetlove, huisarts
home raadpleging infomail actueel medische info hyperlinks

Hepatitis C

Hoe vaak komt HCV voor wereldwijd?Hepatitis C (HCV) is verantwoordelijk voor een tiende van alle virale leverontstekingen, maar de meerderheid van alle mensen met een chronische hepatitis heeft een hepatitis C. Chronisch betekent dat de ziekte langer dan 6 maanden blijft aanslepen en niet vanzelf geneest.

Elk jaar opnieuw worden in de wereld 3 à 4 miljoen mensen besmet met HCV. Ongeveer 150 miljoen is een chronische drager van het virus en riskeert een evolutie naar levercirrose en/of leverkanker. In sommige landen heeft 5% of meer van de bevolking een chronische HCV-infectie. Voor Egypte is dat 15%, voor de US 1%, voor de UK 0.5% en voor België 0,12 %. Wereldwijd sterven jaarlijks 350.000 mensen als gevolg van een infectie met HCV.

In onze streken zijn tegenwoordig de eerste generatie niet-westerse migranten afkomstig uit endemische gebieden de grootste groep met een HCV-infectie. Deze migranten lopen de infectie veelal op in het land van herkomst. Tweede generatie niet-Westerse migranten hebben hetzelfde risico op een HCV-infectie als de algemeen Belgische populatie. Er komen ook meer HCV-infecties voor bij homomannen met HIV en bij intraveneuze druggebruikers.

Tachtig procent van wie besmet wordt blijft drager van het virus, 20% is in staat om het virus te overwinnen en weer virusvrij te worden. De opgebouwde antistoffen kunnen levenslang in het bloed aantoonbaar blijven, maar beschermen niet tegen een nieuwe HCV-infectie.

Hepatitis C kan een verharding van de lever veroorzaken. Dat heet fibrose, in een later stadium mogelijk evoluerend naar cirrose, waarbij de lever niet (goed) meer werkt. Een infectie met hepatitis C kan uiteindelijk leverkanker veroorzaken (hepatocellulair carcinoom of HCC). Het risico op hepatocellulair carcinoom bedraagt 1 tot 4% per jaar bij patiënten met cirrose. 

Hoe raakt iemand besmet?

Deze tekst bevat wetenschappelijk nauwkeurige informatie in seksueel expliciete termen.

Hepatitis C wordt vooral overgedragen door bloed. Veel mensen die drugs spuiten zijn dus geïnfecteerd. Seksuele overdracht gebeurt niet erg vaak maar is mogelijk, vooral bij homomannen met HIV. Gevaarlijk is vooral seks waarbij bloed te pas kan komen: anale penetratie zonder condoom, vuistneuken ('fisting'), gezamenlijk gebruik van anale douches of van dildo’s zonder condoom. Hiernaast zijn er risico’s bij piercing en tattoes, maar ook bij gezamenlijk gebruik van een tandenborstel of scheermes, of van een rietje waarmee verschillende personen cocaïne opsnuiven.

Bescherming

Er is helaas (nog) geen vaccinatie tegen hepatitis C. Belangrijk is dus bij gebruik van spuiten altijd nieuwe steriele sets te gebruiken en bij seks iedere vorm van bloedcontact te voorkomen.

Kijk uit voor dubbelinfecties: wie met hepatitis C geïnfecteerd is en bovendien hepatitis A oploopt heeft vaak nog maar een korte levensverwachting. Een aanvullende hepatitis B kan de lever doen ophouden met werken. Een vaccinatie tegen hepatitis A en B vermindert dus de ernst van de gevolgen van een hepatitis C. Ook een co-infectie met HIV is ongunstig: het HIV en het HCV samen kunnen sneller iemand ziek maken.

Ben ik besmet?

Na een infectie met HCV duurt het meestal één tot drie maanden voor er klachten optreden. Maar die kunnen al verschijnen na twee weken of pas na zes maanden. De klachten zijn dezelfde als bij hepatitis A, maar minder hevig. In negen van de tien gevallen zijn de klachten zo miniem en vaag dat de leverontsteking niet wordt herkend.

Door een eenvoudige bloedtest kunnen antistoffen tegen HCV worden opgespoord. Die kunnen al verschijnen 1 à 2 1/2 maand na de besmetting. Na 6 maanden zijn antistoffen aantoonbaar bij meer dan 97% van wie met HCV besmet is.

Antistoffen tegen HCV tonen aan dat iemand besmet is óf ooit besmet was en het virus kwijtraakte, spontaan of door een behandeling. Zijn er HCV-antistoffen, dan wordt door het labo automatisch een confirmatietest uitgevoerd. Blijkt die ook positief, dan vraagt de arts bijkomend een kwalitatieve PCR-test aan op het bloedstaal, om HCV-RNA op te sporen. RNA is het erfelijk materiaal van het virus. Pas als er HCV-RNA in het bloed kan worden aangetoond weet men met zekerheid dat het over een werkelijke, nog bestaande en overdraagbare HCV-infectie gaat.

Vóór de behandeling wordt gestart wordt er tenslotte een genotypering en een kwantitatieve HCV-RNA-bepaling uitgevoerd. Daardoor weet men over welk type HCV het gaat en hoeveel virus er aanwezig is (virale lading). Als die HCV virale lading daalt tijdens de behandeling, weet men dat de behandeling aanslaat en er dus genezing bezig is.

Voor al deze testen kan u bij de huisarts terecht.

Behandeling

Hepatitis C kan nu worden behandeld met een combinatie van krachtige virusremmers die het virus volledig doden in 12 weken.
Deze nieuwste behandeling geeft amper bijwerkingen en geneest meer dan 90 procent van de patiënten.

De grote drempel voor deze behandelingen is echter de kostprijs en bijgevolg de strenge selectie. Bovendien is het aantal voorschrijvers voorlopig nog beperkt tot gespecialiseerde artsen die zijn verbonden aan een universitair ziekenhuis.

Een andere uitdaging is de vraag waarom deze nieuwe middelen bij 10% van de patiënten niet werken. Er lopen daarom onderzoeken met andere medicijnen die deze overblijvende 10% misschien wel kunnen helpen. Bovendien kunnen meer middelen op de markt ook zorgen voor meer concurrentie en dus een prijsverlaging.

laatste update:30 september 2017

Links


Mocht je na het lezen van deze brochure nog vragen hebben, stel ze gerust tijdens uw raadpleging.

Dr. Patrick Sweetlove,
Osystraat 41, 2060 Antwerpen
Raadpleging enkel na afspraak op: 03 / 225 24 25.


Terug naar Medische informatie
[Home] [Raadpleging] [Infomail] [Actueel] [Medische info] [Links]