Uitstrijkje
van de baarmoederhals
|
| |

Baarmoederhalskanker
is wereldwijd de op één na belangrijkste
doodsoorzaak ten gevolge van kanker bij vrouwen. In
België bezet het de vierde plaats. Momenteel overlijdt
nog de helft van de patiënten aan de gevolgen van
deze kanker. Baarmoederhalskanker is een ziekte waar
een zeer lange precancereuze periode aan vooraf gaat.
In deze fase blijkt de ziekte uit geen enkel specifieke
symptoom. Het enige element dat toelaat om de aandacht
te vestigen op een baarmoederhalsletsel is een regelmatig
uitgevoerd uitstrijkje. In een vroegtijdig stadium benaderen
de genezingskansen de 100 %.

|
| Wat is een
uitstrijkje? |

Bij
een uitstrijkje worden cellen van de baarmoederhals
afgenomen. Ze worden op een rechthoekig glaasje uitgestreken.
Daarna vindt onderzoek in het laboratorium plaats.
Uitstrijkjes
worden door de huisarts gemaakt om te onderzoeken
of u een voorstadium van baarmoederhalskanker hebt.
Zo worden soms afwijkingen gevonden bij vrouwen die
geen klachten hebben. Bij een normaal uitstrijkje
is de kans op baarmoederhalskanker heel klein. Bij
een voorstadium is er een kleine kans dat zich later
baarmoederhalskanker ontwikkelt. Een eenvoudige behandeling
van zo’n voorstadium kan een grote operatie
voor kanker - vele jaren later - voorkomen.
Klachten
van tussentijds bloedverlies, bloederige afscheiding
of bloedverlies na seksueel contact kunnen een reden
zijn om een extra uitstrijkje te maken, ook op jongere
of oudere leeftijd.

|
| Hoe wordt een
uitstrijkje gemaakt? |

U
neemt u plaats op een onderzoekstoel met uw benen gespreid.
De arts brengt een speculum (eendenbek) in de schede
(vagina) in. Hierna wordt het speculum geopend. Zo wordt
de baarmoederhals - het onderste deel van de baarmoeder
- zichtbaar. De arts neemt met een houten spatel of
een borsteltje cellen van de baarmoederhals af en strijkt
ze uit op een glaasje. Dit glaasje wordt naar het laboratorium
opgestuurd. De cellen op het glaasje worden daar gekleurd
en onder de microscoop beoordeeld.
Over
het algemeen is het maken van een uitstrijkje niet
pijnlijk, maar het inbrengen van het speculum en het
afnemen van de cellen kan wel kortdurend een onaangenaam
gevoel geven. Soms bloedt de baarmoederhals na het
maken van het uitstrijkje. Dit kan geen kwaad. Het
bloedverlies stopt meestal binnen een dag. Een volle
blaas of darm geeft soms een vervelend gevoel. Als
het speculum geopend wordt, drukt het tegen de blaas
en darm aan. Het is daarom verstandig eerst naar het
toilet te gaan. Sommige vrouwen vinden het prettig
met een spiegel mee te kijken, om te zien hoe de baarmoederhals
er uitziet.

|
| Het uitstrijkje
uitstellen |

Als
u nog nooit seksueel contact hebt gehad en ook nooit
tampons hebt gebruikt, is het maagdenvlies niet opgerekt.
Het maken van een uitstrijkje is dan moeilijk en veel
artsen vinden het dan niet noodzakelijk.
Als
u menstrueert (ongesteld bent) kunt u het laten maken
van een uitstrijkje beter uitstellen. Door het bloed
kunnen de cellen niet goed bekeken worden in het laboratorium.
Ook tijdens de zwangerschap of het geven van borstvoeding
zijn de cellen moeilijk te beoordelen. U kunt dan
wachten tot een halfjaar na de bevalling of een halfjaar
nadat u met de borstvoeding gestopt bent.
Er
kunnen nog andere redenen zijn om tegen het onderzoek
op te zien, bijvoorbeeld negatieve seksuele ervaringen
in het verleden. Aarzel niet dit aan de arts te vertellen.
Deze houdt er dan rekening mee. Het is belangrijk
dat u de tijd vraagt en krijgt om de spieren rond
de schede zoveel mogelijk te ontspannen. Het is geen
goed idee om op eigen initiatief een onderzoek van
de baarmoederhals op de lange baan te schuiven.

|
| Wat onderzoekt
men bij een uitstrijkje? |

De
baarmoederhals is bekleed met twee soorten cellen. Plaveiselcellen,
een soort platte cellen, bekleden de wand van de vagina
(schede) en de buitenkant van de baarmoederhals. Het
kanaaltje in de baarmoederhals naar de binnenkant van
de baarmoederholte is bekleed met cellen die slijm maken.
Deze cellen van de binnenkant (endo) van de baarmoederhals
(cervix) worden endocervicale cellen of cilindercellen
genoemd. Bij een uitstrijkje bekijkt men in het laboratorium
of beide soorten cellen aanwezig zijn en hoe ze er uitzien.
Ook ziet men soms of er aanwijzingen zijn voor een infectie
of ontsteking door bacteriën of virussen.

|
| Wat betekent
de “Pap-uitslag”? |

In
het laboratorium wordt eerst gekeken of de cellen goed
te beoordelen zijn. Soms is er te veel bloed aanwezig.
Onderzoek is dan niet goed mogelijk. Soms zijn er te
weinig cellen op het glaasje aanwezig. Ook kunnen de
endocervicale cellen ontbreken. Bij sommige vrouwen
is het moeilijk een uitstrijkje van goede kwaliteit
af te nemen. Het uitstrijkje wordt dan herhaald.
“Pap”
is een afkorting van Papanicolaou, degene die deze
indeling van de uitslagen van uitstrijkjes heeft gemaakt.
De Pap-uitslagen lopen van 1 tot 5. Pap 1 of 2 betekent
een normaal uitstrijkje. Bij een hogere Pap-uitslag
is er reden voor herhaling of onderzoek door de gynaecoloog.
Bij Pap 0 is het uitstrijkje niet goed te beoordelen.
Soms
wordt in de uitslag over dysplasie gesproken. Dysplasie
betekent dat het weefsel van de baarmoederhals een
andere opbouw heeft dan gebruikelijk. Daardoor is
het uitstrijkje afwijkend. Als de uitslag van het
uitstrijkje dysplasie vermeldt, verwacht men dat er
in het weefsel dysplasie aanwezig is. Er kan worden
gesproken over lichte, matige of ernstige dysplasie.
 |
| De verschillende
Pap-uitslagen op een rij |

Hieronder
staan de meest voorkomende uitslagen vermeld. Bij een
uitstrijkje worden alleen losse cellen bekeken. Als
er afwijkende cellen zijn, is het niet mogelijk precies
te vertellen wat er aan de hand is. Weefselonderzoek
geeft daar meer informatie over. Wij kunnen daarom alleen
in grote lijnen aangeven wat u kunt verwachten naar
aanleiding van de uitslag.
- Pap
0
Het
uitstrijkje is niet goed te beoordelen, vaak omdat
er te weinig cellen aanwezig zijn. Soms zijn er
onvoldoende endocervicale cellen. Ook kan er te
veel bijmenging van bloed zijn. Het advies is bijna
altijd om het uitstrijkje te herhalen. Meestal is
er dan een normale uitslag. Een enkele keer lukt
het ook volgende keren niet een goede kwaliteit
van het uitstrijkje te krijgen. De huisarts kan
u dan naar de gynaecoloog verwijzen.
- Pap
1 en Pap 2
Het
uitstrijkje is normaal. Het advies is dan om het
onderzoek na vijf jaar te herhalen.
- Pap
3a
Er
worden licht afwijkende cellen gevonden; men spreekt
soms ook van lichte of matige dysplasie. Het advies
is dan herhaling door de huisarts of verder onderzoek
door de gynaecoloog. In dat laatste geval blijken
bij de helft van de vrouwen de afwijkingen zo gering
te zijn dat geen behandeling nodig is. De andere
helft krijgt het advies voor een eenvoudige behandeling
van de baarmoederhals.
- Pap
3b
De
cellen zijn iets meer afwijkend dan bij een Pap
3a; men spreekt soms ook van ernstige dysplasie.
Verder onderzoek door de gynaecoloog is nu aangewezen.
De kans dat een eenvoudige behandeling van de baarmoederhals
wordt geadviseerd, is groter dan bij een Pap 3a.
- Pap
4
De
cellen zijn wat sterker afwijkend dan bij een Pap
3a of een Pap 3b. Ook hier wordt verder onderzoek
door de gynaecoloog aanbevolen. Over het algemeen
moet u rekening houden met een grote kans (90%)
op een eenvoudige behandeling van de baarmoederhals.
- Pap
5
De
cellen zijn sterk afwijkend, en de uitslag kan passen
bij kanker van de baarmoederhals. Het is verstandig
dat u op korte termijn door de gynaecoloog onderzocht
wordt. Soms alarmeert het uitstrijkje ten onrechte,
maar soms is er ook sprake van baarmoederhalskanker.
Een uitgebreide behandeling in de vorm van operatie
en/of bestraling is dan noodzakelijk.

|
| Wat bij een
afwijkende uitstrijkje? |

Van
elke 100 vrouwen zonder klachten die bij het bevolkingsonderzoek
een uitstrijkje laten maken, is bij 5 het uitstrijkje
afwijkend. Bij heel lichte afwijkingen van het uitstrijkje
is er 10% kans op een voorstadium van baarmoederhalskanker.
Naarmate het uitstrijkje meer afwijkend is, neemt deze
kans toe. Zo is de kans op een voorstadium van baarmoederhalskanker
bij een uitstrijkje met ernstige afwijkingen ongeveer
90%.
Voor
bijna alle vrouwen betekent de uitslag van een afwijkend
uitstrijkje een grote schok, alleen al omdat er iets
niet goed is en verdere controle of onderzoek geadviseerd
wordt. De angst voor baarmoederhalskanker is te begrijpen,
maar bijna altijd onnodig. Niet zelden is een afwijkend
uitstrijkje loos alarm. Zo wordt bij meer dan de helft
van de vrouwen met eenmaal Pap 3a zelfs geen voorstadium
van baarmoederhalskanker gevonden, laat staan baarmoederhalskanker.
Bij uitstrijkjes met een hogere uitslag neemt de kans
op een voorstadium van baarmoederhalskanker toe, maar
de kans op kanker is nog steeds klein. Een voorstadium
is goed en gemakkelijk te behandelen.

|
| Waardoor worden
afwijkende uitstrijkjes veroorzaakt, en wat is het verband
met HPV? |

Veel
vrouwen vragen zich af waarom hun uitstrijkje afwijkend
is. Het antwoord hierop is niet zo eenvoudig. Het is
bekend dat afwijkende uitstrijkjes iets te maken kunnen
hebben met een infectie met het humaan papillomavirus
(HPV). Er zijn verschillende soorten van dit virus;
sommige komen vaker voor bij afwijkende uitstrijkjes
en baarmoederhalskanker, andere veroorzaken wratjes
op de huid. Vrouwen kunnen het virus krijgen bij gemeenschap.
Geschat wordt dat 80-90% van alle vrouwen geïnfecteerd
wordt met HPV. Bij heel veel vrouwen geneest deze infectie
(die geen klachten geeft) vanzelf, maar sommige vrouwen
blijven het virus bij zich dragen. Waarom sommige vrouwen
die het virus bij zich dragen, een afwijkend uitstrijkje
krijgen, en andere vrouwen niet, is niet bekend. U kunt
er zelf niets aan doen om het virus kwijt te raken en
het afwijkende uitstrijkje weer normaal te laten worden.
Om
meer te weten te komen over het verband met afwijkende
uitstrijkjes wordt door sommige centra onderzoek naar
HPV gedaan. De arts vraagt u dan of u toestemt in
het afnemen van een viruskweek. Omdat het virus via
gemeenschap aan de seksuele partner kan worden overgedragen,
hebben vrouwen soms het gevoel dat zij een geslachtsziekte
hebben. Zij vragen zich af of zij of hun partner ‘schuld’
hebben door seksuele contacten met andere partners
in het verleden. Vrouwen die een relatie hebben waarbij
geen van beiden ooit seksuele contacten met anderen
heeft gehad, vragen zich soms af of hun partner niet
toch andere seksuele contacten heeft gehad. Dergelijke
gevoelens zijn begrijpelijk, maar omdat HPV-infecties
zoveel voorkomen, twijfelen sommige artsen eraan of
het virus alleen door gemeenschap wordt overgedragen.
Bovendien is niet bij alle afwijkende uitstrijkjes
sprake van besmetting met HPV. Vrouwen die nooit gemeenschap
hebben gehad, hebben veel minder kans om het virus
bij zich te dragen. De meeste artsen vinden dan de
kans op baarmoederhalskanker zo klein dat zij een
uitstrijkje niet nodig vinden. Lesbische vrouwen die
ooit in het verleden heteroseksuele contacten (zonder
condoom) hebben gehad, hebben evenveel kans als heteroseksuele
vrouwen op een afwijkend uitstrijkje.

|
| Betekent een
normaal uitstrijkje dat er geen reden is voor verder
onderzoek? |

Bij
een normale uitslag kunt u gerust twee tot vijf jaar
wachten tot het volgende onderzoek. De tussenpauze wordt
bepaald door uw arts. Als er klachten zijn van bloedverlies
tussen de menstruaties door of van bloedverlies tijdens
of na het vrijen is het verstandig naar de huisarts
te gaan. Deze beoordeelt of het zinvol is een extra
uitstrijkje te maken of onderzoek naar een ontsteking
te doen.

|
| Links |


|
Mocht
je na het lezen van deze brochure nog vragen hebben,
stel ze gerust tijdens de raadpleging!
Dr. Patrick
Sweetlove,
Osystraat 41, 2060 Antwerpen
Raadpleging enkel na afspraak op: 03 / 225 24 25.
|
| Terug
naar Medische informatie |