Pijnstillers die uitgesproken schadelijk kunnen zijn, gaan vanaf 23 juli op voorschrift, de andere blijven vrij beschikbaar.
Dat voorstel legde minister van Volksgezondheid Magda Aelvoet op 9 juni voor aan de
ministerraad. Daarmee wijzigt ze een besluit dat haar voorganger Marcel Colla heeft genomen.
Colla volgde een studie van de geneesmiddelencommissie, waaruit bleek dat pijnstillers die samengesteld zijn uit verschillende actieve stoffen, een gevaar kunnen inhouden. Ze zouden de nieren beschadigen en tot verslaving leiden.
Colla besliste daarom dat voor alle samengestelde pijnstillers een doktersvoorschrift nodig zou zijn.
Maar precies die samengestelde pijnstillers, genre Perdolan, Dafalgan of Panadol doen het erg goed in de apotheek. De apotheken en de farma-industrie stonden op hun achterste poten, ook omdat de schadelijke effecten onvoldoende bewezen zouden zijn, en bekwamen een overgangsperiode van één jaar.
Minister Aelvoet erkent nu dat de beslissing om alle samengestelde pijnstillers op voorschrift te zetten, overdreven was. Alleen voor de middelen die uitgesproken schadelijke effecten kunnen hebben, zal een voorschrift nodig zijn.
Het gaat om erg zware middelen als Lonarid en de grote verpakkingen van de geneesmiddelen Optalidon en Saridon. Ook geneesmiddelen met meer dan 15 milligram van de verslavende stof codeïne gaan op voorschrift.
De meeste samengestelde pijnstillers blijven daardoor vrij beschikbaar. Voor bekende geneesmiddelen als
Perdolan Duo of Dafalgan Codeïne is wel een doktersvoorschrift nodig.
Bron: De Standaard van 9 juni 2000