
Terwijl België reeds een hele tijd campagne voert voor algemene hepatitis B
vaccinatie, doet Els Borst, minister van Volksgezondheid in Nederland,
precies het tegenovergestelde. Zij is van mening dat vaccinatie van
risicogroepen kan volstaan. Niets is minder waar zegt Prof. Pierre Van Damme
(UZ Antwerpen).
"Exclusieve vaccinatie van risicopersonen is slechts zinvol als je die
risicopersonen kunt bereiken." Maar precies dat stelt bij hepatitis B
problemen. Overdracht van het hepatitis B virus gebeurt via seksuele contact
en bloed. Veilig vrijen beschermt tegen aids maar niet tegen hepatitis B.
Risicopatiënten zijn dan ook moeilijk bereikbaar en zullen zeker niet
spontaan getuigen van hun risicogedrag. Dat maakt dat je 30 tot 40% van de
risicopersonen mist. "Vandaar vinden we het zinvol om de hele cohorte
zuigelingen en adolescenten een levenslange bescherming aan te bieden.
Vaccineren tot het vaccin zichzelf overbodig maakt is de boodschap."
Dat verplichte vaccinatie het bestaande vaccinatieprogramma in het gedrang
zou brengen, houdt volgens Prof. Van Damme evenmin steek. Uit verschillende
nationale en internationale studies en rapporten blijkt zelfs het tegendeel,
namelijk dat introductie van het hepatitis B vaccin eerder een impuls dan
een drempel voor vaccinatie teweegbrengt. Bovendien kan dat absoluut geen
probleem zijn eens het zesvalente vaccin (kroep, tetanus, kinkhoest,
polio, hemophilus influenzae en hepatitis B) op de markt komt.
Maar de Nederlandse minister Borst kijkt kennelijk in de eerste plaats naar
het economisch aspect van de zaak. Bovendien speelt hier ook een ander
element mee. De komst van het zesvoudig vaccin brengt immers de Nederlandse
vaccinproductie in het gedrang. In Nederland voorziet het Rijksinstituut
voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) immers zelf in de productie van haar
eigen vaccins maar aangezien de productie van een zesvoudig vaccin er op
korte termijn niet in zit, zou promoten van dat vaccin beteken dat Nederland
haar eigen vaccinproductie moeten lamleggen.

|