Borstkanker is en blijft één van de belangrijkste doodsoorzaken bij vrouwen. Jaarlijks stellen artsen in ons land de diagnose bij 5.500 vrouwen. De gemiddelde incidentie is 96 gevallen per 100.000 vrouwen. In totaal telt ons land ongeveer 50.000 vrouwen waarbij de diagnose werd gesteld. In de Verenigde Staten zou vandaag één vrouw op zeven ooit borstkanker krijgen, in West-Europa is dat voorlopig één op tien à twaalf. In Vlaanderen overlijden jaarlijks 2.500 vrouwen aan de ziekte, dat is 5% van de totale sterfte bij vrouwen. In 1997 maakte borstkanker 564 van de 1.392 voortijdige en vermijdbare sterfgevallen uit.
Borstkanker wordt in 65% van de gevallen door de vrouw zelf ontdekt, in 20% van de gevallen door de gynaecoloog, in 10% door de huisarts en in 1 à 2% door andere gezondheidsverstrekkers zoals een kinesitherapeut of een verpleegkundige. Slechts in 15% van de gevallen gebeurt de diagnose door een mammografie, wat de relativiteit van dit procédé aantoont. Dat geeft ook meteen aan dat de preventie niet makkelijk te organiseren valt.
Screening
Minister van Sociale Zaken Frank Vandenbroucke kondigde aan dat hij samen met zijn collega van Volksgezondheid de problematiek als een absolute prioriteit wil beschouwen. "Vooral omdat sterfte door borstkanker voor een groot deel kan vermeden worden door een vroegtijdige opsporing en dito behandeling." Een interministeriële werkgroep (federale overheid, gemeenschappen en het RIZIV) onderzoekt momenteel hoe een nationale campagne voor borstkankerscreening kan georganiseerd worden. "Die nationale borstkankerscreening moet er op korte termijn komen en ik besef dat ik de sleutel in handen heb, vermits de financiering via mijn kabinet moet verlopen."
Binnen de werkgroep bestaat reeds consensus over enkele principes. De screening zou tweejaarlijks plaatsvinden bij alle vrouwen tussen 50 en 65 jaar. Ook over de oproepwijze bestaat een akkoord binnen de werkgroep. "In principe zullen we werken met een tweesporenbeleid, waarvan de precieze modaliteiten nog moeten uitgewerkt worden. De vrouwen krijgen de mogelijkheid via een huisarts, gynaecoloog of rechtstreeks via een georganiseerd oproepsysteem een afspraak voor een screeningsmammografie te maken", aldus Vandenbroucke. Volgens de minister blijft de rechtstreekse oproeping nodig, ondanks de goede relatie die er vaak bestaat tussen patiënte en huisarts. "We willen voorkomen dat vrouwen die vandaag weinig gebruik maken van het gewone gezondheidssysteem uit de boot vallen."
Persoonlijke aanpak
Verschillende senatoren wezen de minister erop dat een persoonlijke aanpak van het probleem een verhoogde kans op slagen biedt. "Huisartsen en gynaecologen zijn belangrijke vertrouwenspersonen van de vrouw. Zij moeten hierbij betrokken worden. Bij hen voelt de vrouw zich geen nummer. Een onpersoonlijke aanpak zou de kans op slagen kleiner maken", luidt dat bij Myriam Vanlerberghe (SP). Jan Remans (VLD) wees op de belangrijke meerwaarde die artsen kunnen bieden: "Bij een screening waarin gynaecologen, radiologen en vooral huisartsen geen inspraak hebben, ontbreekt het niet alleen aan klinische en wetenschappelijke begeleiding, maar ook aan psychische begeleiding en opvolging."