Actueel
Voor- en nadelen van hormonale substitutietherapie
bij menopauze
Hormonale substitutietherapie (HST) is het gebruik
van vrouwelijke hormonen op de leeftijd dat het
lichaam van de vrouw die te weinig of helemaal
niet meer zelf aanmaakt. Substitutie bij de menopauze
kan worden gegeven als behandeling voor klachten
die het gevolg zijn van oestrogeentekort (zoals
warmteopwellingen, urogenitale klachten…)
of als preventie van de gevolgen van oestrogeentekort
op lange termijn zoals osteoporose of botontkalking.
Recente studies hebben aangetoond dat de nadelen
van hormonale substitutietherapie op lange termijn
mogelijk groter zijn dan de voordelen. Daarom wordt
steeds meer afgeraden om substitutietherapie op lange
termijn (langer dan één à twee
jaar) te gebruiken, tenzij in zeer specifieke gevallen.
Onderzoek bij een miljoen vrouwen
De Million Women Study, een Britse studie bij meer
dan een miljoen vrouwen (50 - 64 jaar), onderzocht
het verband tussen verschillende types van hormonale
substitutie, en het risico op borstkanker. De resultaten
werden gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift
The Lancet van 9 augustus 2003.
De Million Women Study bevestigt het verhoogde risico
van borstkanker door hormonale substitutie op basis
van een oestrogeen en een progestageen zoals vastgesteld
in andere studies. De Million Women Study toont ook
aan dat het risico toeneemt met de gebruiksduur.
Er werd berekend dat er 19 bijkomende gevallen van
borstkanker zouden optreden per 1.000 vrouwen die
gedurende 10 jaar een combinatie van een oestrogeen
en progestageen nemen. 5 jaar na stoppen
daalt het risico tot dit bij vrouwen die nooit hormonale
substitutie hebben genomen.
Hormonale substitutie op basis van een oestrogeen
alleen, en hormonale substitutie op basis
van tibolon (Livial ) verhoogde eveneens het risico
van borstkanker, zij het minder uitgesproken dan
hormonale substitutie op basis van een oestrogeen
en een progestageen. Voor hormonale substitutie
met een oestrogeen alleen gedurende 10 jaar werd
berekend dat er 5 bijkomende gevallen van borstkanker
zouden zijn.
Het type oestrogeen (geconjugeerde oestrogenen,
ethinylestradiol), het type progestageen (medroxyprogesteronacetaat,
norethisteron, norgestrel, levonorgestrel), de toedieningsweg
van het oestrogeen (oraal, transdermaal, implantaat),
en de gebruiksmodaliteiten van het progestageen (sequentieel
of continu) beïnvloedden de resultaten niet.
Deze gegevens bevestigen andermaal dat langetermijngebruik
van hormonale substitutie ter preventie van osteoporose
of hart- en vaataandoeningen niet aangewezen is.
Bij kortetermijngebruik ter verlichting van menopauzale
klachten moeten de voordelen zorgvuldig afgewogen
worden tegen de eventuele risico's.
Links
|